Een strandhuisje aan de Noordzeekust valt fiscaal vrijwel altijd in Box 3 als tweede woning, terwijl kortdurende verhuur via een professionele exploitant doorgaans onder het verlaagde BTW-tarief van 9% valt. Dit artikel legt rustig en feitelijk uit hoe beide regelingen werken en wat dit betekent voor de jaarlijkse aangifte.
Wie een strandhuisje koopt in Julianadorp aan Zee krijgt te maken met twee fiscale sporen: de vermogensheffing in box drie en de omzetbelasting (btw) bij verhuur.
Kort antwoord: een strandhuisje als tweede woning valt in box drie en wordt jaarlijks belast op basis van de WOZ-waarde, via een forfait dat de Belastingdienst vaststelt. Wordt het huisje kortdurend verhuurd via een professionele exploitant, dan geldt doorgaans het verlaagde btw-tarief op de verhuuromzet.
box drie
box drie is van toepassing op een strandhuisje dat dient als tweede woning. De WOZ-waarde is leidend voor de waardering. De waarde van het strandhuisje wordt voor box drie vastgesteld op de WOZ-waarde van het voorgaande jaar. De Belastingdienst hanteert een overgangsstelsel waarin onderscheid wordt gemaakt tussen banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Een strandhuisje valt onder overige bezittingen. In uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting geeft u het strandhuisje op onder box drie.
Btw bij verhuur
Kortdurende verhuur valt onder het verlaagde btw-tarief. Btw-ondernemerschap geeft recht op aftrek van voorbelasting. Eigen gebruik en verhuur hebben elk hun eigen fiscale behandeling. Bij aankoop van een nieuw strandhuisje wordt btw gerekend. Wanneer u het huisje structureel laat verhuren, kunt u deze btw onder voorwaarden terugvragen. Wel geldt een herzieningstermijn. Bij het concept in Julianadorp gebruikt de eigenaar het strandhuisje doorgaans een afgesproken periode per jaar zelf.
De voorwaarden bij de strandhuisjes in Julianadorp aan Zee staan los van de hierboven beschreven fiscale hoofdlijnen en kunnen per situatie verschillen.